Lelystad

Het artikel ‘Winterbuffet – koude dagen, volle magen’ in het januari/februari nummer van het G&B-tijdschrift ging over winterbloeiers als nectarplanten voor insecten. Zelf zag ik vorig jaar al in de 2de week van maart de eerste vlinders in de tuin verschijnen, nog tijdens de astronomische winter. Ik heb dan ook maar gauw een paar foto’s gemaakt.*

De Vlinderstichting lijkt pas vanaf de maand april aan haar jaarlijkse tellingen of overzichten te beginnen. Alhoewel het aantal vlinders algeheel afneemt, werden juist in de vroege lente van vorig jaar - tijdens zonnige en warme dagen in april en mei -uitzonderlijk veel vlinders gespot.

Maar, wanneer start het vlinderseizoen dan echt?

Dit lijkt afhankelijk van de weersomstandigheden: Zo lagen de temperaturen in maart en april 2025 ruim boven de normale waarden, volgens De Vlinderstichting.

 

Op haar website vermeldt De Vlinderstichting geen winterbloeiers als nectarplanten, maar noemt wel een top 5 aan lentebloeiers voor vlinders.

Eén daarvan is de Winterhei (Erica carnea). Dit heistruikje bloeit al in de sneeuw (feb. - juni) en lijkt – als een uitzondering - minder gevoelig voor kalk in de grond dan andere heisoorten. (Een eigenschap die hier van voordeel zou kunnen zijn, want onze polderklei is juist kalkhoudend en daarom niet geschikt voor de ‘gewone’ Erica-familie; d.w.z. voor struikhei, bosbessen, rododendrons en azalea’s. Die willen juist zure grond, zoals bijvoorbeeld arm zand en veen.) In zijn natuurlijke vindplaats staat de Winter- of Sneeuwhei op hogere kalkgronden tussen Bergdennen. Verschillende cultivars ervan worden als sierplanten gekweekt. Met name in Engeland werd veel selectiewerk gedaan op bloem- en bladkleur.

In tegenstelling tot de net genoemde Winterhei bloeien de andere van de top 5 vlindertrekkers van het voorjaar, Viburnum (inheemse Gelderse roos en Wollige sneeuwbal), Wilde hyacint, Tuinjudaspenning en Pinksterbloem, toch pas later. Een winterbloeiende, uitheemse Sneeuwbal (Viburnum) zou mogelijk wel een goede voedselbron voor vroege vlinders kunnen zijn. Ik ben benieuwd of iemand hier meer van afweet, wat diens waarde als nectarplant voor vlinders tijdens de late winter betreft.

 

Zelf ga ik steeds weer opbloeien met de Papierstruik(Edgeworthia chrysantha), een mooie middelgrote (1,2 – 1,8 m) winterbloeier die zijn gele buisbloemen vanaf februari laat zien. Vorig jaar kwam ik erachter dat deze heester ook een vlindertrekker is.

Hij staat bij mij achter andere bladverliezende planten: De Papierstruik bloeit nog voordat hijzelf en andere heesters weer nieuw blad krijgen en is daarom toch goed te zien in zijn bloeitijd. Alhoewel niet op de eerste rij, heeft de Edgeworthia chrysantha bij mij wel voldoende afstand van andere gewassen, zodat hij niet bekneld raakt.

Wat de Edgeworthia plant op botanisch vlak bijzonder maakt is zijn trichotome (driedelige) vertakking: De eindknop van elke tak groeit in het voorjaar uit naar 3 nieuwe takken. Dit kenmerk heeft geen andere plant.

In bloei verspreidt de Papierstruik een zoete honinggeur. De Edgeworthia chrysantha is dan wel een exoot: Hij is afkomstig uit het zuiden van China. Inheemse vlinders lijken zich daar echter niets van aan te trekken (zie foto’s), of zijn gewoon blij met iedere voedselbron die hun overleven op een sober tijdstip mogelijk maakt.

Bij mij kwamen de vroege vlinders ook op de krokussen af die toen in bloei stonden. Dit zie je misschien ook niet vaak, dat vlinders en krokussen elkaar ontmoeten. Maar ook dit is mogelijk een gevolg van de klimaatverandering: Als vlinders het in hete, droge zomers steeds moeilijker krijgen (juli – september), geven late winterbloeiers als nectarbronnen hun wel een goede start in het nieuwe jaar – wanneer het vroeg warm wordt.

 

 

Referenties:

www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/vlinderjaar-2025-heeft-twee-gezichten

de.wikipedia.org/wiki/Schneeheide

en.wikipedia.org/wiki/Edgeworthia

wilde-planten.nl/wolligesneeuwbal.htm

wilde-planten.nl/gelderseroos.htm

 

*De bijgevoegde foto’s zullen nog in de rubriek Tuinpost van het G&B-tijdschrift komen te staan.

Petra Becker

 

Dit artikel verscheen ook in het Lelyblad voorjaar 2026